Ouddorp, over uienren Havenweg

Overwegingen met betrekking tot de uienren Havenweg 3 te Ouddorp

De uienteelt:

De uienteelt in Nederland dateert al uit de middeleeuwen, sjalotten worden geteeld vanaf de 17e eeuw. De teelt was al vóór eind 18e eeuw geconcentreerd in het deltagebied, voornamelijk Goeree-Overflakkee. In de jaren ’50 van de afgelopen eeuw kwam 40% van de Nederlandse uien van Goeree-Overflakkee. Pas in de jaren ’80 verdween de vooraanstaande plaats van Goeree-Overflakkee voor de uienteelt, vooral door toename van de teelt in de Flevopolders.
Op Goeree werden, tot de invoering van chemische zaadontsmetting na 1947, vrijwel uitsluitend sjalotten geteeld. De reden hiervoor was dat op de zeer lichte teeltgronden de schade door de made van de uievlieg de teelt van zaaiuien hier vrijwel onmogelijk maakte. Het sjalottenras “Ouddorpse bruine” bestond al midden 19e eeuw, toen was Ouddorp al een centrum van sjalottenteelt (het andere Nederlandse centrum van sjalottenteelt was Westfriesland). De teelt werd voornamelijk gedaan op de in Ouddorp algemene kleine boerderijtjes (spulletjes), samen met zilveruitjes en bloemen.

Uienrennen (juunrennen):

Voor de opslag van uien werd aanvankelijk gebruik gemaakt van afgedekte hopen. Dit bleef op Flakkee nog lang gangbaar, de “Flakkeese pit”. Vanaf het begin van de 20e eeuw zijn er rennen gemaakt voor de bewaring, de “Zeeuwse ren”: bouwwerkjes bestaande uit palen met wanden van latwerk, later van kippengaas, en met een zadeldak van 45° (op Flakkee wat vlakker). De breedte was ca. 2 m., de hoogte ca. 2,5 m., en de lengte naar behoefte. Voor sjalotten werden ook zulke rennen gemaakt. De methoden van bewaren van uien zijn regionaal bepaald, uienrennen kwamen alleen voor in het zuidwesten van Nederland.
Soms waren het tijdelijke bouwwerkjes, die dan jaarlijks werden gedemonteerd en opgeslagen. Later zijn er meer degelijke uitvoeringen gemaakt met betonnen palen in plaats van hout. Een Flakkeese uienren met betonpalen dateerde uit 1920.
De rennen dienden voor het drogen van de uien, vandaar de open wanden, en voor de bewaring in de winter. Tegen de vorst werden de wanden voorzien van strolagen met later ook papier daartussen. Pas na de jaren ‘50 werd bewaren in mechanisch gekoelde ruimtes in schuren gangbaar, het gebruik van uienrennen stierf hierna snel uit.

Uienrennen zullen dus allen dateren uit de periode 1900-1950.

Aanwezige uienrennen:

Op Flakkee meldt Both in 1999 nog één goede uienren, bij Stad aan het Haringvliet. Inmiddels is deze verdwenen, evenals de vele andere, zoals de uienrennen die in de jaren ’70 in het Oudeland van Sommelsdijk stonden (bij juffr.Lavooijs stee en aan de Stratensweg).
In Zeeland waren er enkele jaren geleden nog twee uienrennen, waarvoor om restauratie werd verzocht (Wolphaartsdijk op Zuid Beveland en Boudewijnskerke op Walcheren), volgens de Zeeuwse Boerderijenstichting zijn er nu geen originele uienrennen meer. Vroeger hebben er veel gestaan, vooral in Zeeuws Vlaanderen. Onlangs is er bij een historisch boerenerf een nieuwe uienren, met lessenaarsdak, geplaatst (’s Heer Abtskerke op Zuid Beveland).
In Ouddorp zijn er nu vermoedelijk nog vijf uienrennen over, die voor de opslag van sjalotten waren. Eén behoort tot een gemeentelijk monument: Molenblok 13 (ca. 13 m. lang, voor de helft gedekt met pannen). Planologisch onbeschermd zijn de uienrennen Molenweg 17 (ca. 14 m. lang, gesloopt in 2015), Havenweg 3 (ca. 28 m. lang, met makelaar op de gevels, inmiddels gedemonteerd opgeslagen) en Molenblok 11 (ca. 7 m. lang) en vermoedelijk ook aan de Achterweg en bij Oudelandseweg 39.
Bij de uienren aan de Havenweg 3 stond nog een hooiberg, die nu ook gedemonteerd is opgeslagen. Alleen de uienren aan de Havenweg was van de gemeente, de andere uienrennen zijn in particulier bezit.

Beoordeling uienren Havenweg 3:

Overeenkomstig de procedure zoals die op de Hoekse Waard is gevolgd voor het beoordelen van de cultuurhistorische waarde (Cultuurhistorische objecten Hoekse waard, door Landschapsbeheer Zuid-Holland, pp 17-18) komen wij tot het volgende:

Gaafheid: Deze uienren is in originele toestand, weliswaar door achterstallig onderhoud enige aantasting van de golfijzeren dakplaten en de betonnen palen, maar verder gaaf. (2-3 punten)
Zeldzaamheid: Het is één van de paar nog aanwezige uienrennen. Uienrennen zijn uniek voor Zuidwest Nederland, originele rennen komen uitsluitend nog in Ouddorp voor (minstens 5 punten)
Ouderdom: eerste helft 20e eeuw. Op kaarten is deze uienren afwezig in 1916, en aanwezig in 1949 (2 punten)
Totaal minstens 9 punten, en vanaf 6 punten wordt een element gekwalificeerd als van “zeer hoge cultuurhistorische waarde”. Dit geldt evenzo voor de meeste andere uienrennen.
Verder is er het lokale historische belang van de uienteelt op Goeree-Overflakkee en met name de sjalottenteelt in Ouddorp, op grond waarvan behoud van deze uienrennen van belang is als cultuurhistorisch erfgoed.
Specifieke punten voor de uienren van de Havenweg 3 zijn bovendien:
Het is een belangrijke uienren: het was verreweg de langste, en is bovendien de enige uienren die aan beide zijden met een makelaar is versierd.
Behoud en openstelling voor het publiek is alleen in dit geval goed mogelijk omdat deze ren nu wordt beheerd door de Stichting tot Bescherming van het Dorpsgezicht en herplaatst kan worden bij de culturele voorziening ‘de Overkant’, Dijkstelweg 33 te Ouddorp.
Er stond een hooiberg naast, die vermoedelijk uit dezelfde tijd stamt en met de uienren een mooi agrarisch ensemble vormt. Deze kan ook bij ‘de Overkant’ worden herplaatst, en door beiden samen te behouden wordt de waarde van deze objecten aanmerkelijk verhoogd. De hooiberg kan daar functioneel worden gebruikt als overdekte aanvulling op het terras.
Het is de bedoeling om bij de uienren een informatiepaneel te plaatsen met gegevens over de oorspronkelijke agrarische functie. Verder worden de sponsors vermeld die dit bijzondere restauratie-project hebben mogelijk gemaakt.